Kristoff Original Maduro Bekijk groter

Kristoff Original Maduro

Deze longfiller sigaar van Kristoff is geproduceerd in de Dominicaanse Republiek. Deze sigaar is afgewerkt met een varkensstaart, gesloten vuureinde. Het model van deze sigaar is een robusto, met een lengte van 13.9 cm en een diameter van 21.4 mm. Het binnengoed van deze sigaar bestaat uit een melange van tabak van Cubaans zaad uit Nicaragua en de Dominicaanse Republiek. Het omblad is een Piloto Cubano uit de Dominicaanse Republiek en de sigaar is opgedekt met Braziliaans Maduro dekblad uit Arapiraca. De sigaar heeft een sterkte van 5 op een schaal van 1-5. Deze sigaar is los verkrijgbaar. De sigaren worden bewaard in een kistje met kort binnengoed. Deze sigaar heeft een rooktijd van 50-60 minuten.

€ 6,50

Herkomst
De Dominicaanse Republiek is op dit moment het grootst producerende sigarenland ter wereld. De sigarenproductie vindt vooral in en rond de hoofdstad Santiago plaats. Het land kwam in beeld nadat er in Amerika rond 1990 een sigarenboom ontstond. Tot circa 2010 was de aandacht vooral gericht op de handgemaakte longfillers. Hierna kwam er ook veel aandacht voor de shortfillers.

Tabakssoort
Olor Dominicano is de naam van de oorspronkelijke tabak uit de Dominicaanse republiek en wordt vooral gebruikt voor het binnengoed en het omblad. Deze tabak wordt verbouwd in de vruchtbare Cibao vallei. Deze vallei is ontstaan door erosie van de Cordilleras en biedt veel bescherming tegen de Caribische stormen. De laatste jaren worden ook succesvolle pogingen gedaan om dekblad te verbouwen. Maar er wordt nog veel gebruikt gemaakt van dekblad uit Connecticut, Nicaragua, Mexico en Kameroen.

Oogst en bewerking
De tabakszaadjes worden geplant in vlakke zaadbedden. Zodra de eerste knoppen verschijnen worden deze meteen verwijderd. Op deze manier kunnen de bladeren extra voedingsstoffen opnemen. Zodra de bladeren volgroeit zijn worden zij in fases geoogst. Eerst worden de onderste bladeren geplukt en vervolgens worden de rest van de bladeren in verschillende fases van een paar weken geplukt, telkens met zo’n 3-4 bladen tegelijk.

Vanuit het gisthuis worden de bladeren gesorteerd op kleur, grootte en textuur in het sorteerhuis. De bladeren worden plat gemaakt en de nerven verwijderd. Hierna gaan de bladeren naar een donkere kamer voor een tweede fermentatieproces. Hier blijven de bladeren twee maanden liggen in de juiste temperatuur voordat ze naar de fabriek gaan. In de fabriek blijven ze twee jaar liggen voor de bladeren worden verwerkt.

Het dekblad
De Olifant heeft altijd extra aandacht voor het dekblad van de sigaar. Vroeger stond naast het Sumatra dekblad ook het Braziliaans dekblad als topkwaliteit vermeld. In 2002 heeft De Olifant, om deze historie te laten herleven, een aantal tabaksboeren in het Braziliaanse district gevraagd om het traditionele boerenbrasiel dekblad weer te gaan produceren. Deze productie vindt nu op zeer kleine schaal plaats. Soms lukt het De Olifant een mooie baal boerenbrasiel tabak uit het district Mata Fina te kopen om daarmee een kleine serie sigaren te produceren. Met succes zijn al de Panatella, Corona, de Matelieff en het Knakje in opeenvolgende jaren geïntroduceerd met het dekblad uit Brazilië.

Boerenbrasiel dekblad uit Mata Fina
Het Braziliaanse dekblad dat De Olifant gebruikt, wordt gesorteerd uit Braziliaans binnengoed. Dit dekblad heeft een ander karakter dan plantage dekblad. Deze laatste wordt in eigen beheer van exporteurs gegroeid, met als doel zoveel mogelijk dekblad van een plant te oogsten. Dit dekblad mist meestal de bijzondere smaakeigenschappen van de boerentabak. Voorheen werd boerenbrasiel dekblad meer als omblad gebruikt, omdat het als dekker een zeer ruw voorkomen heeft, maar de laatste jaren wint het als dekblad weer meer populariteit. Uit het binnengoed kan in goede oogstjaren ongeveer 1% tabak gevonden worden die groot genoeg is om als dekblad te gebruiken. Deze hele bladen, zijn kastanjebruin van kleur.

Brazilië en haar tabakscultuur
Brazilië heeft een eeuwenoude tabakscultuur. De oorspronkelijke bevolking, de Indianen, plantten al honderden jaren geleden de eerste tabak aan. Deze tabak werd gekauwd en gesnoven. Midden 18de eeuw is deze oorspronkelijke tabak gekruist met Maryland tabak. Deze hybride wordt nog steeds gebruikt voor de hedendaagse Bahia Braziliaanse tabak. Op dit moment is Brazilië nog steeds een klassiek tabaksland. Het groen in de Braziliaanse vlag moet het groen van tabaksvelden voorstellen. Zelfs op originele kleding van het leger staat een bloeiende tabaksplant. In het zuiden groeit vooral tabak voor sigaretten en in het noordoosten van Brazilië, in de deelstaat Bahia, vindt men sigarentabak. Hier is een gunstig klimaat en goede bodemgesteldheid. Er zijn in Bahia drie regio's te onderscheiden: Mata Fina, Mata Norte en Mata Sul. 500 kilometer noordelijk wordt rond de stad Arapiraca ook sigarentabak verbouwd. Braziliaans binnengoed uit de staat Bahia wordt door vrijwel alle Europese sigarenfabrikanten gebruikt, maar ook door producenten uit Midden-Amerika en de Dominicaanse Republiek.

Mata Fina in Bahia
De meest smaakvolle tabak komt uit Mata Fina, de grootste regio van Bahia. De Olifant koopt al haar Braziliaanse tabak in deze regio, die zich ongeveer 150 kilometer ten oosten van de prachtige havenplaats Salvador bevindt. In dit gebied hebben zich duizenden kleine boeren gevestigd met 0.5 à 2 hectare grond die een gedeelte hiervan beplanten met tabak. Het is vrij barre grond die goed geschikt is voor de groei van tabak. De wortels van de tabaksplanten moeten echt hard werken om water te vinden. Om 3 kilo tabak van 1 plant te krijgen is er 900 liter water nodig.

In Mata Fina zijn 2 verschillende districten:
Het eerste district is Cruz das Almas met de steden Cruz das Almas, São Felipe, Cabaceiras, Mombaça en Governador Mangabeira. Uit dit district komt smaakvolle, zoet krachtige en zeer aromatische tabak vandaan. De uiterlijke kenmerken van de tabak zijn over het algemeen rond en breed. De tabak is diepbruin na de fermentatie.

Het tweede district in Mata Fina is Almeida met de steden Conceição do Almeida, Sapé, Comércio, Fazenda, Dom Macedo Costa en Tabuleiro. De tabak uit dit district is iets meer delicaat. Ze heeft fijnere en goudkleurigere nerven dan de Cruz das Almas en de kleur van de tabak is iets lichter bruin. Een belangrijk kenmerk van goede Braziliaanse tabak uit deze regio is de goede brandkwaliteit. De Olifant koopt haar binnengoed uit beide districten. Ze heeft verschillende oogstjaren op voorraad die samen de basis vormen van het aandeel Braziliaanse melange.

Planten, oogsten en bewerken
Van maart tot juni worden de velden klaar gemaakt. Ze worden vrij gemaakt van stenen, het veld wordt omgeploegd en bemest. De zaadjes worden op zaadbedden geplant. Deze zaadbedden zijn beschermd tegen de zon. De kleine plantjes worden goed verzorgd, zodat ze sterk genoeg zijn om in het veld uitgezet te worden. Vanaf eind april tot half augustus, vaak is dit het regenseizoen, worden de zaailingen in het veld uitgezet. De boeren spreiden dit uit over deze periode, omdat nooit alle tabak tegelijk geoogst kan worden. Er zijn dan niet genoeg schuren om de tabak te drogen. Verder zorgt het natuurlijk voor een risicospreiding wat het weer betreft.

Van juni tot eind november worden de tabaksplanten geoogst en gedroogd bij de boer. In Mata Fina wordt de hele plant geoogst, de bladeren zitten dan nog vast aan de steel. De hele plant wordt te drogen gehangen onder de veranda van de boer voor ongeveer 30 dagen. De Braziliaanse tabak is daarom “Dark Air Cured”. Ze droogt door de luchtstroom op de veranda. Dit droogproces geeft een bijzondere interactie tussen de drogende blaadjes en de grote steel van de plant. Gedurende dit unieke droogproces wordt er al wat van die mooie bruine kleur ontwikkeld en als de bladeren helemaal van groen naar bruin zijn verkleurd is de tabak genoeg gedroogd.

Als de tabak is gedroogd wordt ze in een boerenbaal verpakt en aangeboden aan de exporteur. Deze opkoop van boerenbalen door exporteurs is van oktober tot eind februari. Als de boer het goed doet verkoopt ze haar tabak aan de exporteur die haar heeft voorgefinancierd, door de boer de goede zaden, mest en pesticiden te geven. In dit gebied blijft echter ook het eeuwige gevecht dat boeren hun tabak ook wel verkopen aan andere exporteurs die meer willen betalen, maar niet geïnvesteerd hebben in de zaden en andere benodigdheden. Bij de exporteur wordt de tabak verzameld, gesorteerd en gefermenteerd.

Na dit proces volgt het fermentatieproces, van oktober tot eind juli het jaar er na.Er worden grote stapels gemaakt van de tabak die moet worden gefermenteerd. De stapels hebben een afmeting van 3 bij 5 meter en wegen 12-18 ton. Door het vocht en de druk ontstaat er een gecontroleerde broei. Binnen in de stapel loopt de temperatuur op. Het verloop van de temperatuur wordt telkens gemeten door een thermometer die in de stapel zit. Als de temperatuur de 55 graden bereikt, wordt de stapel afgebroken en opnieuw opgebouwd. De bladeren die in de 1e stapel binnenin lagen, liggen nu aan de buitenkant en andersom. Het fermentatieproces neemt ongeveer 8 maanden in beslag. Als de fermentatie goed wordt begeleid dan kan de tabak zich optimaal ontwikkelen door de juiste temperatuur, vochtigheid en interactie van de enzymen. Uiteindelijk levert het fermentatieproces een mooie diepbruine tabak op met een licht zoete toets. In het aroma vindt men tonen van chocolade, vers brood of rijpe appels.

Inkoop van de Olifant
In het voorjaar geeft de Olifant bij de verschillende exporteurs aan dat ze tabak wil kopen. In de herfst of in het vroege voorjaar komen de exporteurs vaak naar Nederland toe en maken een rondje langs de Europese sigarenfabrikanten. De kwaliteit en de hoeveelheden worden dan meer in detail besproken. Eens in de 2-3 jaar gaat het inkoop team van De Olifant naar Bahia toe om de kwaliteit van de oogst te beoordelen. Dit bezoek is meestal in april of mei, als de tabak bijna uitgefermenteerd is. Tijdens de reis wordt er vaak ter plekke een keuze gemaakt welke tabak voor De Olifant interessant kan zijn. De tabakken die het beste smaken worden eerst als monsters naar de Olifant gestuurd. In de jaren die we niet reizen worden ook monster tabakken naar De Olifant toegestuurd. De Olifant wil uitsluitend FL1 of FL2 tabak kopen: een partij tabak die volledig is ontdaan van alle onrijpe, slecht gefermenteerde of slecht ontwikkelde bladeren. De dames aan de picking belt zijn hier verantwoordelijk voor. Meerdere dames filteren aan de lopende band de slechte tabakken er uit. De tabak die overblijft, is een schone, egale partij tabak die constant van smaak is. E monster tabak ontvangen we meestal rond juni. Het rookpanel beoordeelt deze tabak, waarna de onderhandeling en koop plaatsvindt. De Olifant betaalt wel vaak de hoofdprijs voor een “special packing”, maar dat is het merk aan haar kwaliteit verplicht , bovendien houdt een goede prijs de tabakscultuur in stand. In december wordt de tabak verscheept van Salvador naar Rotterdam. Meestal komt de tabak daar in januari aan.

In 2005 is de voormalige bankier Glen Case met een sigarenmerk begonnen. Hij geeft aan door zijn mid-life crisis. De eerste jaren waren zwaar. Pas later werd het merk Kristoff erkend door liefhebbers als een boutique , kwalitatief hoogstaande merk. Gemaakt met passie en met als resultaat een goede sigaar. De productie vindt plaats in de Dominicaanse Republiek in de fabriek van Charles Fairmorn. Glen Case wil sigaren maken die een vol-aromatisch zijn zonder dat ze bitter en teveel bite krijgen. Hij zoekt naar een balans samen met Cubaanse melangeurs die al jaren ervaring hebben op dit gebied. Het merk Krsitoff is genoemd naar zijn zoon Christopher en bestaat uit verschillende series. Waarbij het gebruik van het dekblad centraal staat. Zo is er een Kristoff met dekblad San Andres uit Mexico , een Kristoff Criollo met Criollo dekblad uit Dominicaanse Republiek, Kristoff Cameroon met dekblad uit Cameroon, Kristoff Corojo met dekblad uit Cubaanse zaad , gegroeid in Nicaragua. Kristoff Sumatra met Sumatra dekblad. En Kristoff Maduro met dekblad uit Brazilië Arapiraca.

Klanten die dit product aangeschaft hebben kochten ook...