Lang geleden, in 1988 om precies te zijn, studeerde ik af als beeldhouwster. Ook toen al was het vrouwelijke naakt mijn inspiratiebron. Ik maakte beelden van klei en brons. Groot werk voerde ik uit in papier-maché, piepschuim of ijzer. Enkele jaren geleden maakte ik een reeks kleine beeldjes van ijzerdraad (zie foto onder).

Deze zijn te beschouwen als ruimtelijke tekeningen. In De Eenhoorn exposeer ik deze beeldjes niet, aangezien ik ze te klein vind voor de ruimtes. Vlak, groot werk komt hierin het beste tot zijn recht.
In mijn opleiding heb ik wel lessen modeltekenen gevolgd, maar nauwelijks schilderlessen gehad. Een jaar of tien geleden heb ik mij daarom bij het modelatelier van Quintus gemeld. Deze groep wordt begeleid door Andrea Veldman. En via het tekenen kwam ik tot schilderen. Allerlei materialen en technieken heb ik uitgeprobeerd. Voor het maken van tekeningen zijn houtskool en contékrijt bij mij favoriet, omdat je hier lekker groot en expressief mee kunt werken. Schilderen doe ik graag met olieverf op waterbasis. Hierbij gebruik ik brede kwasten (spalters). Met medium verdun ik de verf, zodat ik snel kan werken en me kan concentreren op de grote vormen.

Aan mijn werk is vaak te zien dat ik ruimtelijk ben opgeleid. Ik ben vooral geïnteresseerd in vormen en constructies en hou ervan om vrouwen op monumentale wijze neer te zetten. Kleuren hoeven voor mij de werkelijkheid niet te benaderen. Ik vind een naakt in groen net zo acceptabel als een naakt in roze, want kunst wordt toch nooit ‘echt’. Het beeldende werk dat hier te zien is, is te beschouwen als een vlakke, individuele vertaling van een gedeelte van de ruimtelijke werkelijkheid, en dan ook nog op een bepaald moment. Het is niet meer, maar ook niet minder.

Ik dank De Eenhoorn voor de geboden gelegenheid om mijn tekeningen en schilderijen te exposeren,
Trudi Brink.

Share this post

comments (0)

No comments at this moment